Omgaan met donkere dagen en lange nachten
Iedereen kent het wel: je zit met iets. Je loopt er de godganse dag over te dubben. Op de lange duur draaien je gedachten in een cirkeltje rond. De oplossing lijkt verder weg dan ooit. Het leven ziet er hoe langer hoe donkerder uit.
Als de nacht valt, wordt het nog erger. Je ligt te woelen en te draaien in je bed. Je gedachten malen maar door. Slapen lukt al lang niet meer. De problemen worden alsmaar groter tot je tegen een onoverkomelijke berg aankijkt. Tegen de ochtend ben je moedeloos en geradbraakt.
Piekeren! Je gedachten gaan met je op de loop. Je hebt er geen controle meer over. Als je piekert, krijgt je bovendien ook nog eens te maken met een hele serie ongewenste gevoelens: angst, boosheid, verdriet, … En, hoe meer je probeert om niet te piekeren, hoe minder het lukt.
De methode die nu volgt, is bijzonder effectief om (al is het maar voor heel even) het piekeren te onderbreken en weer controle te krijgen over je gedachten. Bovendien heeft ze het grote voordeel dat je ze overal en in alle omstandigheden kan toepassen. Het enige wat je nodig hebt, is een rustig plekje gedurende enkele minuten.
Vijf, vier, drie, twee, een
- om te ontspannen
Je installeert je op een rustig plekje: in een gemakkelijke stoel, languit in de zetel of op je bed, gewoon aan je bureau, op het toilet, … Je kijkt om je heen en benoemt (in stilte) 5 voorwerpen die je ziet. Je bekijkt ze grondig. Vervolgens luister je naar wat er om je heen gebeurt en benoem je 5 geluiden. Daarna som je 5 gewaarwordingen op die je in of met je lichaam voelt. Dan benoem je weer 4 dingen die je ziet in de ruimte om je heen (dat mogen dezelfde zijn als daarnet, maar ook andere). Weer benoem je 4 geluiden en vervolgens 4 gewaarwordingen. Je benoemt 3 dingen die je ziet, … Uiteindelijk benoem je 1 ding, 1 geluid, 1 gewaarwording.
- om de slaap te vatten
Om in slaap te geraken, gebruik je dezelfde methode, mits een lichte aanpassing. Vermoedelijk lig je in bed, in een donkere kamer, met je ogen dicht. Je stelt je de voorwerpen om je heen voor (of je verplaatst je in gedachten naar een andere kamer en stelt je daar een aantal dingen voor) en je benoemt er 5, bij voorkeur telkens wanneer je uitademt. Daarna benoem je 5 geluiden die je hoort (als het heel stil is, kan je ook het in- en uitademen van jezelf of je partner tellen), vervolgens 5 gewaarwordingen die je in of met je lichaam voelt. Daarna benoem je weer 4 dingen, 4 geluiden, … tot je uiteindelijk 1 ding, 1 geluid en 1 gewaarwording benoemt.
“Praktijkboek. Oplossingsgerichte cognitieve therapie”, dr. Luc Isebaert